Dat was pas een echte auto

Toen vader die avond vermoeid thuis kwam zat de tweeling ingespannen op de grond te spelen met de set plastic autootjes die mamma die dag voor hen gekocht had bij het Kruidvat.

“Kijk eens pappie,” schreeuwde Petertje enthousiast toen vader de woonkamer binnenstapte, en hij zwaaide met een plastic volkswagentje onder zijn neus.
“Van mamma gekregen omdat wij vanochtend meehielpen met de afwas.”

Paultje deed nog snel het geronk van een stoere vrachtwagen na en rende toen ook naar vader toe, die glimlachend naar zijn twee zoontjes keek.

Vijf jaar nu al. Wat ging die tijd toch snel.

Petertje drukte hem het volkswagentje in de hand en danste enthousiast om hem heen.

“Jongens, laat pappa even met rust,” sprak hun moeder vanuit de keuken. “Pappa moet uitrusten.”

Maar vader schudde zijn hoofd. “Later, Thea. Nu is het tijd voor de kinderen.” Toen wees hij naar zijn computer in de hoek van de kamer en zei: “Kom jongens, deze autootjes zijn prachtig, maar ik zal je eens iets echt moois laten zien.”

Vader liep op de grote computer af waar Petertje en Paultje nooit aan mochten zitten en zette het gevaarte aan.

“Ieder op een knie,” zei vader uitnodigend toen hij in zijn verende bureaustoel was geploft. Dat liet de tweeling zich geen twee keer zeggen en ze stormden op vader af die net zijn wachtwoord had ingetypt.

“Jullie hebben natuurlijk nog nooit van car styling gehoord,” zei vader geleerd. “Maar daar gaan we wat aan doen.”

“Karstailen?” vroeg Paultje een beetje confuus.

Vader moest lachen. “Car styling! Wacht maar.”

Er verscheen een schitterende auto op het scherm. Alles blonk, glom en flonkerde aan het gestroomlijnde sportmodel en vader keek verlangend naar de foto op het scherm.

“Dat, jongens,” zei hij plechtig, “is pas een echte auto. Alles aan deze auto klopt. Spoilers, Diffusers…en dan die velgen jongens, moet je die velgen toch eens zien.”

Paultje en Petertje slurpten alles op, alhoewel ze niet begrepen waar pappa het over had. Maar het was duidelijk dat pappa het een mooie auto vond. Eigenlijk veel mooier dan die plastic set die ze van mamma hadden gekregen en ook veel mooier dan hun eigen auto die voor de deur op straat stond geparkeerd. Paultje keek naar zijn gele volkswagentje en liet het plastic gedrocht uit zijn knuistje vallen. Het ding viel met een zachte plof onder de computertafel. Carlie, de chocoladekleurige Labrador keek geïnteresseerd op. Dat ding zou morgen waarschijnlijk afgekauwd in haar mand liggen.
Vader had inmiddels een ander model op het scherm getoverd.

“Een auto is voor een man iets bijzonders,” zei hij een beetje weemoedig terwijl hij het scherm zachtjes streelde en het belang van een gestroomlijnde luchtfilter aan zijn kroost probeerde uit te leggen. Paultje en Petertje luisterden eerbiedig en hielden hun adem in.

Moeder schudde haar hoofd terwijl ze de wasmachine inruimde en iets bromde over mannen, maar dat hoorden vader, Petertje en Paultje niet. Die hadden het veel te druk met al die prachtige geoptimaliseerde auto’s op het scherm.

***

Het was een prachtige morgen. Een zonnestraal drong door een spleetje tussen de gordijnen naar binnen en verlichtte vaders gezicht.

“Goedemorgen, lieverd,” zei Thea. “Ik heb hier koffie voor je, met een stuk Peijnenburger koek. Daar hou je zo van.”

Vader opende een oog en staarde in het vriendelijke gezicht van Thea.

“Koffie op bed? Peijnenburger koek?”

“Vaderdag, Pim. Vandaag hoef je niets te doen.” Ze reikte hem de koffie aan en vader kwam overeind.

Vaderdag? Daar had hij niet aan gedacht. Dat was een mooi begin van de dag.

Terwijl hij zijn koffie begon op te slurpen hoorde hij het enthousiaste gekraai van Petertje en Paultje op straat.

“Wat doen die twee zo vroeg op straat?”

“Ik weet het niet,” antwoordde Thea die gezellig naast vader op bed aanschoof. “Ze wilden naar buiten. ‘Verrassing voor Vaderdag,’ zei Paultje nog.”

“Verrassing?” Dat klonk verdacht.

Vader zette zijn koffie in de vensterbank en leunde voorover om de gordijnen te openen. Toen staarde hij onderzoekend naar buiten.
“Aaarchh…”

Een oerkreet borrelde op vanuit het diepst van zijn maag en hij zwaaide ongecontroleerd met zijn harige armen. De half lege koffiekop werd in het proces omver geslagen en de bruine vloeistof droop op zijn hoofdkussen.

Toen rende hij in zijn gestreepte pyjama schreeuwend de kamer uit.

Wat was er aan de hand?

Toen Thea uit het raam keek verstijfde ze.

Daar op straat stonden Petertje en Paultje. Ze sprongen enthousiast rond de auto van het gezin, de tweedehands Skoda Citigo, en waren vol overgave bezig om hun hele collectie stickers en plaatjes op het chassis te plakken. Zelfs de postzegelcollectie van oom Harry was aangebracht. Petertje stond met een verheerlijkt gezichtje en een grote tube Bisonkit naar het meesterwerk te kijken, terwijl Paultje net een grote zelfklevende sticker van Batman op de motorkap drukte.

“Nééééé!” schreeuwde vader wild. Hij zag lijkbleek terwijl hij de Bisonkit uit Petertjes handen rukte.

Toen zei hij een paar woorden die Petertje en Paultje nog nooit eerder gehoord hadden en brulde met overslaande stem: “Wat zijn jullie aan het doen?”

“K-Kar-S-Styling,” bibberde Paultje. “V-Voor V-V-Vaderdag.”

“Car Styling?” Vader was buiten zichzelf van woede. “Zien jullie niet wat jullie met mijn auto gedaan hebben?”

“Rustig Pim. Rustig.” Thea was inmiddels ook naar buiten gekomen. “Die knulletjes weten niet beter. Ze deden dat uit liefde.”

“Uit liefde…uit liefde.” Vader beet op zijn lippen en balde zijn vuisten.

     Tel tot tien…Nee tot honderd.

Toen zei Petertje met een snik, “Onze auto was lang zo mooi niet als op de kompoeter. Dus voor vaderdag…nou ja…Wij hebbuh onze mooiste stikkurs er op geplakt.”

“En de postzegels van oom Harry,” vulde Paultje aan. “Die vond u zo mooi.”

Vader keek vol ongeloof naar zijn auto vol met stickers, plaatjes en postzegels.

Thea pakte zijn hand. “Geeft niet lieverd. Geeft niet. We vinden wel een oplossing. Hier lachen we over twintig jaar nog over.”

Vader knipperde met zijn ogen en sloeg zijn arm om Thea heen.

Toen de buurman voorbij kwam op zijn fiets en bij het zien van de nieuw gestroomlijnde auto tegen een vuilnisbak aanreed, kon zelfs vader een glimlach niet onderdrukken.

“Laten we maar blij zijn dat we kinderen hebben die weten hoe ze met car styling moeten omgaan,” zei hij hoofdschuddend, waarna hij Petertje en Paultje beval om de rest van de plaatjes weer naar binnen te brengen.

Petertje keek Paultje terloops aan en mompelde nog: “Pappie vint et toch mooi geloof ik.” Paultje keek nog eens trots naar het meesterwerk en volgde Petertje toen gedwee naar binnen.